Mijn Filosofie
Iets wat je leven jarenlang bijeenhield, wordt niet meer gedragen.
Misschien staat het er nog en ben jij de enige die weet dat er vanbinnen niets meer in zit. Misschien is het al bezweken en sta je tussen de brokstukken. Hoe dan ook: er is een soort moeheid waar slaap niet bij komt.
Bij sommige mensen is er niets zichtbaar mis, en juist dat maakt het zo moeilijk om het hardop te zeggen. Er is geen crisis om naar te wijzen en er valt niets aan te wijzen wat je zou kunnen herstellen. Alleen een comfortzone die stilletjes een kamer werd waar je niet meer uit kunt, veel moeite die gaat naar het in stand houden van iets wat meer kost dan het opbrengt, en een verlangen dat nergens landt.
Bij anderen valt er juist heel veel aan te merken. Een huwelijk dat eindigde. Werk dat stopte. Een lichaam dat het begaf. Geld dat krap werd. Mensen die er niet bleken te zijn toen het erop aankwam. De grond lijkt gewoon weg onder je voeten, en niemand lijkt je te kunnen zeggen wat je nu geacht wordt te doen.
De meeste mensen dragen dit zonder het te vermelden. Ze gaan door, want doorgaan is wat ze kennen, en omdat de druk om het leven te betalen dat ze hebben opgebouwd niet even pauzeert terwijl ze uitzoeken of ze het nog wel willen.
Sommigen voelen het het scherpst in hun naaste relaties: naast iemand staan en je toch alleen voelen. Anderen voelen het als een verlies van spirit, alsof de wereld aan de randen grijs is geworden en wat er vroeger zo duidelijk in leefde zich stilletjes heeft teruggetrokken.
Dat zijn geen twee problemen. Het is één ding, maar vanuit twee hoeken bekeken.
Waar Human Design (en Gene Keys) aan te pas komt
Ik werk met Human Design en Gene Keys. Ze bepalen mee hoe ik kijk en ze zitten achter elk gesprek dat ik voer. Je zal mij hun vakjargon ook bijna nooit horen gebruiken en je hoeft er zelf niets van te leren. Die combinatie vraagt om uitleg, dus doe ik dat hier.
Human Design brengt een mens in kaart op basis van geboortegegevens, net als astrologie dat doet. Het beschrijft hoe iemand gebouwd is om beslissingen te nemen, waar iemand stabiel is en waar iemand doorlaatbaar is voor de mensen om hem of haar heen. Gene Keys is daaruit gegroeid en is minder geïnteresseerd in kaarten dan in beweging. Het beschrijft elk deel van een mens als een bereik in plaats van een vaste eigenschap: van hoe dat deel zich gedraagt onder druk tot wat datzelfde materiaal wordt wanneer iemand op zijn gemak is.
Dit is wat ik werkelijk denk over systemen, die twee waarin ik opgeleid ben inbegrepen. Elk systeem is een verzinsel. Elke techniek is uiteindelijk een afleiding. Waarheid wacht niet aan het einde van een methode. Ze is hier, in dit moment, gewoon en ondramatisch, en ze was er de hele tijd al.
Het probleem is dat bijna niemand daar zomaar in kan stappen. Wanneer iemand veertig jaar lang zichzelf heeft zitten managen, is het horen dat de waarheid gewoon hier en nu is niet bevrijdend. Het is ofwel betekenisloos ofwel nog iets om in te falen. Er is eerst wat grond nodig onder de voeten.
Daar gebruik ik deze systemen voor, en ik gebruik ze zoals een arts anatomie gebruikt. Achter de schermen. Ze geven vorm aan wat anders vormeloos blijft en taal aan dingen waar je misschien nooit woorden voor had. Ze vertellen me waar ik moet kijken, waar de druk waarschijnlijk zit, welke vragen de moeite waard zijn en welke alleen je tijd zouden kosten. Ze zijn de stelling rond het gebouw. Ze zijn niet het gebouw zelf.
En in elk stuk van dit werk komt er een moment waarop het kader niet langer helpt en in de weg begint te staan, waarop het weer iets wordt om je mee te identificeren en nog een beschrijving om aan te beantwoorden. Als dat moment komt, gaat het kader weg. Dat is niet het systeem dat faalt. Dat is waar het voor diende.
Dit is alles wat je nodig hebt om met mij te kunnen werken, en voor heel wat mensen is het alles wat ze ooit nodig zullen hebben. Het zijn allebei grote systemen en ze kunnen jaren opslokken. Ik geef er ook les in en ik doe dat graag, dus laat me eerlijk zijn over wat dat waard is. Zoiets leren kan echt helpen. Het kan woorden geven aan iets wat je je hele leven hebt gevoeld en nooit hebt kunnen benoemen, en het kan een patroon eerder zichtbaar maken dan anders het geval zou zijn.
Wat het niet kan, is jouw leven voor jou leven. Wees nieuwsgierig als je dat bent. Verwar de kaart alleen niet met de grond waarop je staat.
Geen enkel systeem mag je vertellen wie je bent. Astrologie niet, Human Design niet, Gene Keys niet, en ik ook niet. Je eigen geleefde ervaring is de uiteindelijke autoriteit, en alles wat je vertrouwen daarin ondermijnt, richt schade aan, hoe verlicht het ook klinkt.
Waar we mee werken is jouw leven, in jouw woorden.
Twee helften, en waarom de eerste geen vergissing is
Een leven heeft twee helften, en ze hebben tegengestelde rollen.
De eerste helft bouwt een zelf. Je leert wat er van je verwacht wordt en je wordt iemand die dat kan leveren. Je neemt een vorm aan die je leesbaar maakt voor je gezin, je school, je werk en je cultuur. Die vormgeving wordt meestal conditionering genoemd en in de meeste benaderingen van persoonlijke ontwikkeling wordt ze behandeld als schade die ongedaan gemaakt moet worden.
Zo zie ik het niet. Die conditionering was dragend. Ze bouwde de omhulling. Een mens heeft een zelf nodig voordat hij of zij er een verhouding toe kan hebben, en zo’n zelf bouwen vraagt decennia van precies dat soort aanpassing. Het hoorde te gebeuren. Je deed het niet verkeerd.
Human Design heeft een naam voor de vorm die al dat aanpassen achterlaat. Het noemt dat het niet-zelf: de versie van jou die in elkaar werd gezet om te beantwoorden aan wat anderen nodig hadden, en die blijft draaien lang nadat die nood verdwenen is. Wat het systeem er zelden bij zegt, is dat dit nodig was. Je kan je greep niet loslaten op een zelf dat je nooit hebt gebouwd.
Wat er in de tweede helft verandert, is niet dat het zelf vals was. Het is dat je er niet langer mee samenvalt.
Ergens eind dertig, begin veertig begint de structuur die je bouwde bij de meeste mensen minder als een thuis en meer als een kostuum te voelen. Dat is geen instorting. Dat is de tweede helft die begint, en haar taak is het omgekeerde van de eerste: niet het zelf bouwen, maar je identificatie ermee losser maken, zodat wat eronder ligt eindelijk kan doorkomen.
Onze cultuur leest dit als een verval. Verlies van uiterlijk, van opties, van relevantie, van tijd. Ze zegt bijna nooit dat andere: dat de tweede helft is waar een mens eindelijk mogelijk wordt, en dat alles tot hier toe voorbereiding was. Omdat niemand dat zegt, ervaren de meeste mensen het begin van het echte werk als bewijs dat er iets mis is met hen.
De oude afspraak levert niets meer op
Er gebeurt tegelijkertijd nog iets anders, en dat is niet persoonlijk.
Heel lang draaiden relaties en gezinnen op afspraken. “Ik doe dit voor jou en jij doet dat voor mij.” Zekerheid in ruil voor loyaliteit. Een rol in ruil voor het gevoel om ergens bij te horen. Dat is geen cynische beschrijving van liefde. Het is de structuur die liefde werkbaar maakte, en dat hield eeuwenlang stand. Je wist wat een echtgenoot was, wat een moeder was, wat je verschuldigd was en wat je terugkreeg.
De afspraken deelden ook de rollen uit, en ze verdeelden de meeste rollen volgens gender. Wat een man leverde en wat een vrouw leverde. Wie verdiende en wie zorgde. Wie verlangde en wie begeerd werd. Die definities waren geen strikjes bij de afspraak. Ze waren de dragende muren, en net dat deel is als eerste weggevallen.
Wat ervoor in de plaats komt is eerlijker en veel minder uitgeklaard. Meer mensen leven en benoemen een gender dat niet het toegewezen gender is. Oriëntatie blijkt gevarieerder dan de paar hokjes die er waren. En heel wat mensen ontdekken in hun veertiger jaren dat hun hoofd nooit het standaardmodel was waaraan ze decennialang werden afgemeten, en dat wat ze leerden een tekort te noemen gewoon een andere manier is om de wereld te verwerken.
Ik lees dat niet als een waardencrisis. Het is dezelfde structuur die uiteenvalt, vanaf een andere kant bekeken. Elk van die ontwikkelingen is iemand die een plaats weigert die hem zonder toestemming werd toegewezen, en elk ervan laat de oude afspraak met minder plaatsen achter om iemand in onder te brengen. Dat is desoriënterend en tegelijk het hoopvolste wat er gebeurt. Wat nog niemand heeft uitgezocht, is wat je bouwt zodra mensen mogen zijn wie ze werkelijk zijn. Dat is de opgave van dit moment, en het is het werk van deze tweede levenshelft.
De meeste mensen voelen dat die afspraak uiteenvalt, ook al kunnen ze het niet benoemen. De rollen beschrijven niemand meer. De verplichtingen leveren de zekerheid niet meer op waarvoor ze werden ingewisseld. Mensen komen de afspraak correct na en krijgen er bijna niets voor terug, en besluiten dan dat er iets mis is met henzelf of met hun partner.
Wat dit moment zo zwaar maakt, is dat er niets voor in de plaats is gekomen. Er is geen nieuwe vorm om in te stappen. Geen sjabloon, geen script en nauwelijks ouderen die het al gedaan hadden, want wie het had kunnen doen, was druk bezig de oude afspraak overeind te houden.
Dus heel wat mensen in de tweede levenshelft worden gevraagd een manier van verbinden te bouwen waarvoor geen precedent bestaat, meestal nadat een poging al mislukt is, en meestal alleen. Dat is geen persoonlijk falen. Dat is de grond die beweegt.
Waar we in de plaats naar grijpen
Wanneer er iets wezenlijks ontbreekt en er geen naam voor is, gaan mensen niet in die leegte zitten. Ze vullen ze op. De meesten van ons zijn daar erg goed in, en de meesten doen het elke dag zonder het ooit zo te noemen.
Het ziet eruit als gewoon leven. Nog eens op je telefoon kijken of dat bericht al is aangekomen. De promotie en dan de volgende. De foto die het goed deed. De bekwame zijn, de betrouwbare, degene op wie iedereen steunt, omdat nodig zijn het dichtst in de buurt komt van gewild zijn. Het pakje dat aankomt, opengemaakt wordt en tegen donderdag niets meer betekent. De auto, de verbouwing, de reis die je eigenlijk niet kunt betalen. Scrollen tot 1 uur ‘s nachts. Een glas dat er twee werden, en daarna de meeste avonden. Eten dat niets met honger te maken heeft. Werk dat nooit mag stoppen. Seks die een ruil is in plaats van een ontmoeting, en die vaak een restje schaamte achterlaat en een stil verlies aan zelfrespect.
Een deel hiervan heet verslaving en een deel heet succes, en het verschil zit vooral in of de mensen om je heen het goedkeuren. Niets ervan is ongewoon. Niets ervan is een morele fout. Ieder van ons heeft er een versie van, en de mijne is niet verlichter dan de jouwe.
Het heeft allemaal één ding gemeen. Elk van die dingen geeft je iets om te voelen zonder dat je iemand iets hoeft te laten zien.
Het is een dopamineshot en je blijft verborgen terwijl je het neemt. Er staat niets van jou op het spel. Niemand komt te weten hoe moe je bent, wat je bang maakt, of wat je al jaren niet hardop hebt gezegd. Je kan zo tien jaar leven en nog altijd iemand zijn die niemand heeft ontmoet.
Ik zet mijn eigen vakgebied ook op dat lijstje, want het hoort erbij. Een chart kan precies dezelfde functie hebben. “Ik ben een Projector” kan op dezelfde plek gaan staan als “ik ben de sterke van ons”: ergens om te staan zodat je niet in jezelf hoeft te gaan staan. Het geeft het gevoel gekend te zijn zonder dat iemand, jijzelf inbegrepen, je echt hoeft te kennen. Dat is het moment waarop een kaart stilletjes een schuilplaats wordt, en het is precies waar ik in mijn eigen werk het scherpst op let.
En dat is ook precies waarom geen van die dingen werkt. Wat ontbreekt, is de ervaring dat iemand anders weet wat er werkelijk met je aan de hand is en toch blijft. Geen van deze dingen kan je dat geven, want ze zijn stuk voor stuk gebouwd om jou uit het zicht te houden. Dus landt het goede gevoel ergens náást de lege plek in plaats van erin, vervaagt het binnen enkele uren en moet het opnieuw worden bijgevuld. Dat is de hele motor van de ratrace, en daarom kunnen mensen niet uitleggen waarom ze blijven doorlopen.
Het lichaam houdt de rekening bij. Jaren van schrap staan, van managen, van nooit echt iets neerleggen, duiken uiteindelijk op als uitputting die niet overgaat met rust, als burn-out bij mensen die vroeger onuitputtelijk leken, als ziekte. Het lichaam straft niemand. Het rapporteert de kostprijs van een levensstijl.
Wat er werkelijk ontbreekt
Wat ontbreekt, is intimiteit. Echte intimiteit, en dat is niet wat de meeste mensen bedoelen als ze dat woord gebruiken.
Intimiteit is geen nabijheid en geen openheid over jezelf. Genoeg mensen weten alles over elkaar en zijn nog nooit één keer echt in contact geweest.
Intimiteit is het vermogen om in de kamer te zijn zonder te managen hoe de ander jou ervaart. Geen optreden, geen redigeren, geen stille berekening van hoe dit zal vallen. Het vraagt dat je je laat raken waar iemand bij is, en dat is precies het enige wat elk van die vervangmiddelen moet voorkomen.
Daarom is het zeldzaam, en daarom verlangen mensen ernaar zonder te weten waarnaar ze verlangen. En daarom valt het ook niet te organiseren. Je kunt echte ontmoetingen niet inplannen.
Er is nog een tweede dimensie en het is dezelfde beweging, alleen anders gericht. Naast de vlakheid in hun relaties beschrijven veel mensen ook het verlies van iets groters. Het gevoel dat het leven spreekt, dat er meer is dan de zichtbare ordening van de dingen, dat de wereld leeft. Noem het spirit, noem het God, noem het wat je kunt zeggen zonder ineen te krimpen. De meeste mensen verliezen de toegang ertoe niet omdat het verdween, maar omdat ze zo samenvielen met het zelf dat ze bouwden dat er geen ruimte meer is voor iets groters om binnen te komen.
Het is dezelfde knoop. Een zelf dat voortdurend in stand gehouden moet worden, kan niet in contact zijn met een ander mens en evenmin met iets buiten zichzelf. Maak de greep losser, dan worden allebei mogelijk. Dat is geen beeldspraak. In mijn ervaring gebeurt het op hetzelfde moment.
Wat werkelijk verandering brengt
Dus hoe verandert dit dan? Niet door moed. Dat is het stuk dat de meeste benaderingen ondersteboven draait.
Niemand beslist zich hier een weg uit. Je kan jezelf niet in echtheid denken, en je kan er ook niet dapper naartoe worstelen, want die hele structuur bestaat om je veilig te houden en laat zich niet beargumenteren. Tegen een bang mens zeggen dat hij alles moet riskeren is geen uitnodiging. Dat is een dreiging.
Wat er in de plaats gebeurt is kleiner en veel minder dramatisch. Iemand voelt dat er lang genoeg geluisterd wordt door iemand die niet weggaat, en op een bepaald moment ontspant zijn lichaam voor het eerst in jaren. Het hoofd raast meestal gewoon verder. Dat geeft niet. Het lichaam heeft iets geregistreerd dat het al heel lang niet meer had: dat het hier niet in gevaar is.
En dan, in die opening, wordt gewaarwording mogelijk. Dingen worden zichtbaar die niet zichtbaar konden zijn zolang alles schrap stond. Dat is de volgorde, en die valt niet te onderhandelen: eerst veiligheid, dan ontspanning, dan zicht. Inzicht komt niet eerst en brengt daarna rust. Het komt erna.
Dit is ook het punt waarop Human Design ophoudt informatie te zijn en bruikbaar wordt. Een chart kan je vertellen dat je gebouwd bent om traag te beslissen of dat je de gevoelens van anderen opneemt alsof het je eigen gevoelens zijn. Het kan je daar niet op doen vertrouwen terwijl er werkelijk iets gebeurt. Dat kan alleen een lichaam dat zich niet langer schrap zet. Daarom gaat dit werk niet over meer leren over je design, maar over het kunnen voelen in real time, midden in je leven.
Vanaf daar is het werk weinig glamoureus en heel concreet. Een leven zonder contact is geen grote mislukking. Het zijn duizenden kleine ontsnappingen: het onderwerp veranderen, de grap, stil worden, de telefoon, het tweede glas, de performance die begint voordat je het doorhebt. De oefening is om in zo’n moment te blijven in plaats van eruit te stappen. Enkele seconden per keer, tot het een manier van leven wordt.
Het is niet comfortabel. Het is levend, en dat is iets anders, en wie het verschil eenmaal geproefd heeft, wil de comfortabele versie meestal niet terug.
Waar ik in geloof
Een paar dingen waar ik aan vasthoud, zodat je weet waar je aan binnenstapt.
Niemand is stuk. Wat je het liefst aan jezelf zou repareren, is meestal net wat je overeind heeft gehouden, en dat verdient wat respect voor het onder de loep gaat.
Mensen laten zich niet naar verandering praten. Druk levert volgzaamheid op, hoe goed bedoeld ook en hoe spiritueel het vocabulaire ook klinkt. Volgzaamheid interesseert me niet. Mij interesseert wat er gebeurt wanneer er eindelijk niet meer gepusht wordt.
Eerlijkheid is meer waard dan comfort, en die twee houden op elkaars tegengestelde te zijn zodra iemand zich veilig genoeg voelt. Ik ga je niet vleien. Ik ga je ook niet opjagen. Die twee beloftes zijn dezelfde belofte.
Verdriet staat levendigheid niet in de weg. Het hoort bij hoe levendigheid werkt. Denk aan een dier in huis nemen. Je weet vanaf dag één dat diens leven veel korter zal zijn dan het jouwe, dat je vrijwel zeker afscheid zal moeten nemen, en dat het pijn gaat doen wanneer het zover is. Mensen doen het toch. Ze houden volledig van dat dier; ze rouwen zoals het hoort wanneer het tijd is, en na een poos doen ze het opnieuw.
Dat is geen naïviteit. Dat is wat het werkelijk kost om iets van te houden, en de bereidheid om die prijs te betalen is het hele verschil tussen liefde en een regeling. Het alternatief is geen leven dat iemand wil. Wie zich beschermt tegen verdriet, is uiteindelijk ook tegen al de rest beschermd en vraagt zich dan af waarom niets nog veel voorstelt.
En ik geloof dat dit de moeite waard is. Niet omdat het het leven makkelijker maakt, want dat doet het niet. Wel omdat een leven waarin je contact ontwijkt de enige aanpak is waarvan ik zeker weet dat ze niet werkt, en omdat ik liever levend en bang ben dan comfortabel en afwezig. Dat is geen slogan. Het is de conclusie waar ik langs de moeilijke weg ben gekomen, en alles wat ik doe volgt daaruit.
Wat er mogelijk wordt
Ik wil hier voorzichtig zijn, want dit is precies het punt waarop de meeste mensen in mijn vakgebied beginnen te beloven.
Wat ik zie gebeuren, bij anderen en bij mezelf, is in het begin vrij gewoon. Mensen stoppen met performen. Ze hoeven niet langer de sterkste, de makkelijkste of de meest begripvolle in de kamer te zijn. Het grijs trekt weg en er komt weer kleur in gewone dingen: een ochtend, een stuk muziek, iemands gezicht aan de overkant van de tafel. En je bent er dan ook echt bij, in plaats van het pas achteraf op te merken.
En er is een heel bepaalde opluchting die ik moeilijk kan overschatten: de opluchting dat je jezelf niet langer bij elkaar hoeft te houden voor de mensen van wie je houdt.
Niets hiervan maakt het leven makkelijker. De klappen blijven komen. Mensen worden ziek, werk valt weg, dingen gaan stuk op momenten die je niet kiest. Het verschil is dat je er middenin staat, in je eigen lijf, in plaats van ergens achter glas te kijken hoe je eigen leven je overkomt.
De rest vind ik moeilijk onder woorden te brengen, en ik denk dat dat klopt. Het is het verschil tussen eten en lezen over eten. Het is het moment waarop een gewone dinsdagavond iets wordt dat je voor niets zou willen ruilen.
Het kost je wel alles wat vals was: de rollen, de manier waarop je jezelf hebt leren aanbieden, de overtuiging dat je pas mag bestaan als je nuttig bent. Dat is geen kleine prijs. Maar ik heb nog nooit iemand ontmoet die hem betaald heeft en de oude versie terug wilde.
Daar dient dit werk voor.
Waar dit vandaan komt
Ik ben hier niet alleen via studie terechtgekomen. Ik heb dit geleerd in de jaren waarin mijn eigen leven uit elkaar viel, zonder iemand die lang genoeg bleef, en waarin ik van binnenuit moest uitzoeken wat een mens werkelijk draagt en wat er alleen maar uitziet alsof het gedragen wordt. Wil je weten wat dat gekost heeft en wat eruit is voortgekomen, dan staat mijn verhaal op de Over mij-pagina.

