Dit is een transcriptie van de gelijknamige podcast-aflevering. Beluister de podcast hier.
—
Ik keek onlangs naar de hartbrekende documentaire I Am: Céline Dion van Irene Taylor en werd zo weer terug geworpen op mijn relatie met mijn stem en met muziek. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het soms écht mis.
Anders dan Céline Dion mis ik niet het optreden en het publiek, maar wel de samenwerking, de diepte die muziek van je vraagt als groep, wil je iets neerzetten dat écht is. Iets wat integer voelt.
Het vraagt een enorme commitment, een toewijding om op dat punt te komen, namelijk. Je komt er niet met oppervlakkigheid en shortcuts. Dat is net het tekort aan integriteit dat we zo vaak zien in de wereld.
Muziek was jarenlang mijn levenslijn, tot mijn beleving ervan te veel beschadigd raakte door externe invloed en bemoeienissen. Je moet weten: ik studeerde muziek reeds sinds mijn 7de levensjaar, belangrijke vormende jaren voor mijn emotionele intelligentie, zo zou later blijken uit de Gene Keys Venusreeks.
Op mijn 15de ging ik fulltime klassieke muziek studeren en dat stopte pas toen ik 23 was. En daarna volgden — met enkele jaren pauze tussen mijn opleiding en mijn beroepsactiviteit — 13 intensieve jaren aan fulltime coachen en lesgeven met muziek, als professioneel vocal coach. Dit was het grootste deel van de eerste helft van mijn leven, vaak een manier voor mij om te overleven in een veel te harde, emotioneel onbeschikbare wereld. Of beter: een manier om enigszins, doch onvoldoende, in contact te proberen blijven met mijn integriteit.
Het ging mij dan ook niet om het resultaat of het applaus, maar om de verbinding met mezelf en anderen, en samen een soort doorgeefluik worden voor de muze. Ik begon als pianiste, maar koos uiteindelijk voor mijn grote liefde: de stem. Om dan te beseffen dat ik veel vaker anderen nodig had dan ik dacht: een stem alleen is maar een stem alleen. En daar begon een grote frustratie, een gevoel van onmacht en diep verdriet te groeien (of het was er al en werd steeds dieper geraakt).
Met deze reflectie op het verleden, besef ik nu dat het me eigenlijk niet zo vaak is gelukt om op die plek te komen met mensen, waarvan ik diep vanbinnen wist, als kind al, hoe belangrijk die voor me is. Een plek waar ik het leven écht tastbaar voel: levend, bruisend, verbindend, magisch, eerlijk, oprecht. Zelfs in spirituele communities of in een kerkgemeenschap ervoer ik slechts korte momentopnames daarvan, hier en daar zo eens. Het lijkt of mensen daar niet (meer) kunnen komen, na 10 minuten of zelfs 10 seconden alweer afgeleid zijn of vastzitten in allerlei patronen die hen belemmeren om daar écht te kunnen zijn en wat langer te blijven.
Ik besef dat ik eigenlijk het grootste deel van mijn leven rondgelopen heb met een groot gemis, een diep verdriet, rouw en soms een vurige woede, omdat ik het zelfs niet met mijn primaire verzorgers kon beleven. Daar is het begonnen. Dat is de oorsprong van de pijn. Of beter: de echte oorsprong komt van veel vroeger en is dus veel ouder dan dit leven. Dat gebrek aan integriteit, eerlijkheid met jezelf (en dus ook met de ander), oprechte verbinding, volledige aanwezigheid — niet transactioneel, maar relationeel. En het is niet puur individueel — het is ook collectief. Aka, de Kernwonde in Gene Keys, en bij mij is die: Gene Key 20 in lijn 5, van de Schaduw van Oppervlakkigheid naar de Siddhi van Aanwezigheid, via de Gave van Zelfverzekerdheid, en van Schuld naar Vergeving (lijn 5).
Gemis in Human Design
Ik merk het telkens weer opnieuw, bij alles wat ik doorheen mijn leven heb gestudeerd, bestudeerd en beoefend. In elke community of groep waar ik ben geweest en deel van heb uitgemaakt. Er komt telkens dat punt waarop je beseft dat voor de meeste mensen alles vooral mentaal blijft, oppervlakkig, vluchtig, zoals een Snapchat-account. En daar blijven ze dan in ronddraaien, lijkt het. Soms van het een op het ander hoppend. Van zodra er een obstakel in de weg komt te liggen, of er komt discomfort, zijn ze weg. Alles blijft vluchtig; niets is echt. Performance (als klassieke zangeres ken ik daar wel het een en ander van).
En intussen ervaar ik het ook met Human Design. Na 6,5 jaar in het experiment kom ik steeds meer mensen tegen die nu ook wel zo diep in het systeem zijn gegaan dat ze de bodem hebben gezien en dan lijken er twee dingen te gebeuren: of ze blijven er mentaal in ronddraaien, of ze zoeken nieuwe horizonten op en beginnen weer van voor af aan met iets anders.
Maar waar is die derde groep?
De groep van belichaming, van echte ontmoeting, van dieper begrip via awareness — een vorm van bewustzijn (onze Nederlandse taal heeft er geen apart woord voor — gewaarzijn komt misschien het dichtst in de buurt) — en integratie?
Ik hoor veel mensen zeggen dat ze “hun design belichamen” of “hun design leven”, wat dat ook moge betekenen, maar eerlijk? Ik voel het niet. Of zelden. Want telkens als ik het gesprek dan aanga, dan merk ik dat het toch weer eerder vooral een mentaal begrijpen is, dat wel, maar mentaal inzicht is niet hetzelfde als belichaming of belichaamde ervaring. Meestal komt er zelfs geen gesprek en weten mensen het handig te ontwijken.
Zelden is er sprake van echte ontmoeting en verbinding. Het lijkt of mensen (onbewust) een panische angst hebben voor nabijheid — en ik snap het: het is ook echt ontzettend spannend. Echte nabijheid verdraagt immers geen opgeblazen of afgelaten ego, en het is gewoon een feit dat de meeste mensen zich in een van deze twee staten bevinden van zodra ze in interactie komen met anderen.
Ik ben geen uitzondering. Ik ben ook mens, net zoals iedereen. Het verschil zit ‘m in dat ik nu wel toegewijd ben tot de reis van echt ontmoeten, van die integratie en belichaming — en wees maar zeker: ik kom mezelf daar zo hard in tegen dat ik veel momenten heb dat ik écht wil weglopen, afleiding zoeken, met de vinger wijzen, etc. en wat een mens ook doet om daar niet te moeten gaan — maar toch merk ik dat ik mijn leven vooral in solitude doorbreng, omdat er weinig openingen zijn tot dat soort beleving samen met anderen, in volle transparantie. Ook dat voelt soms als regelrechte rouw.
En dan komen er wel eens vragen over “hoe ik het dan zie,” maar ik voel dat er dan een mentaal behapbaar antwoord wordt verwacht, terwijl… voor mijn ervaring zijn er amper woorden. Je moet me eerst leren ontmoeten voor ik het op zo’n manier kan delen dat je er ook echt iets aan hebt. Dus waar het meestal eindigt is ik die heel hard werk om iets uit te leggen wat alleen belichaamd kan worden. En daar ben ik recentelijk dan ook mee gestopt.
De Schaduw van internaliseren
Het vraagt steeds weer innerlijk werk: durven kijken naar mijn eigen Schaduw. De stukken in mezelf die nog geen plek hebben gekregen verwelkomen en omarmen. Het is geen perfect proces; sowieso ga ik nog met regelmaat op mijn bek. Maar dat kunnen dragen, dat maakt een groot verschil.
Het begint met bereidwilligheid en nieuwsgierigheid. En net dat lijk ik te missen in de meeste ontmoetingen die ik heb met mensen. Dat het niet kan worden ontvangen — en dan bedoel ik niet, wat ik inbreng, maar het niet kunnen dragen van de eigen Schaduw-confrontaties, het niet kunnen ontvangen van het eigen ego-verhaal, waardoor het bewustzijn stevig op slot blijft. Sterker nog: de interesse ontbreekt meestal al vanaf het begin.
De meeste mensen lijken zo opgeslokt door het ontwijken van hun eigen proces, dat ze onmogelijk ook nog ruimte kunnen houden voor dat van mij, zonder dat het hen hevig triggert in datgene wat ze net proberen te ontlopen.
Het is de empath-narcissist wisselwerking, waar Carl Gustav Jung over sprak, zonder hier cleane vakjes of labels van te maken, want zo zwart-wit is het natuurlijk niet. Ik kan niet ontkennen dat ik een Kruis van Opschudding heb, wat het volgens mij soms echt ondraaglijk moet maken voor mensen die liever de boel gladgestreken houden.
Vroeger dacht ik dat het aan mij lag. Dat ik iets verkeerd deed. Dat ik iets niet zag of begreep.
Ik voelde me vaak een “last” omdat ik bepaalde dingen niet zomaar even van me af kon schudden zoals anderen dat doen. Ik dacht dat ik mezelf iets wijs maakte, omdat ik dingen kon zien en voelen die andere mensen over het hoofd zagen, of gewoon van tafel veegden als “niet belangrijk, je overdrijft.” Ik kon niet zo oppervlakkig doen zoals mensen om me heen en wanneer ik het toch probeerde, dan raakte ik keer op keer uitgeput en uitgeblust. Het zou bovendien geen verschil hebben gemaakt voor de kwaliteit van verbinding of het wederzijds begrip.
Ladingen aan projecties heb ik ontvangen (nog steeds), omdat de ander die diepte niet kon ontvangen en dus een narratief moest vinden (of een houding) om zichzelf te kunnen beschermen tegen “mensen zoals ik.” Het begon pas écht op te vallen toen mijn ex-man ons huwelijk opblies met een affaire en ik de reacties van de mensen om me heen zag, die zogezegd om mij gaven (velen al jaren), maar van wie ik ontdekte dat ze vooral dat soort “confrontatie” uit de weg gingen (en nog steeds, trouwens).
Het is menselijk natuurlijk. Want evengoed werd ik door dit gebeuren eraan herinnerd hoe vaak ik het zelf had gedaan in het verleden. Bij sommigen heb ik — vele jaren na datum en van wie ik nog contactgegevens ik kon vinden — mijn excuses aangeboden. Meestal beseffen we pas hoe belangrijk het is om er voor iemand te zijn, als we zelf iets gelijkaardigs meemaken. Maar toch… de meeste mensen lijken niet om te kunnen met dit soort dingen. Dus laten ze je gewoon in de steek. En ik ben gestopt excuses voor hen te maken.
De Gave van Integriteit
Ik besefte daardoor ook dat Integriteit een van de belangrijkste thema’s is uit mijn Gene Keys-profiel: het is deel van mijn Levenswerk in Gene Key 18, mijn Personality Sun in Human Design. En dat ik in die Integriteit een leidersrol en stem heb, via de 5-lijn die eraan verbonden is.
Toevallig (!) zijn we momenteel in de Sage’s Golden Path Retreats (👈🏻 je kan tot 31 januari nog steeds aanmelden voor de Activation Retreat, trouwens) Levenswerk aan het contempleren. Zonder dat ik ernaar op zoek ga, komt deze Gene Key dus vanzelf op de voorgrond tevoorschijn. Zo gaat dat met contemplatie. Simpelweg ruimte creëren door te pauzeren is al genoeg, alsof het op je aan het wachten is, tot je eindelijk kijkt, hoort, ziet, luistert, kortom: aanwezig bent.
Ik kan niet zeggen wat integer is voor anderen, maar meer dan ooit heb ik beseft, afgelopen jaren, dat mijn eigen integriteit volgen als een soort onfeilbaar levenskompas werkt. (Zie je? Innerlijke autoriteit zit niet louter in één centrum.) En dat alles wat ik doe in het leven daarvan doorspekt is, alsook wat ik kom uit te dragen als mens; mijn missie.
Integriteit is de rode draad doorheen mijn leven, doorheen wie ik behoor te zijn en wat ik behoor te doen in dit leven, in welke vorm dan ook. Zo ook doorheen muziek, Human Design, Gene Keys, en in mijn interactie met anderen.
Maar het is geen eenrichtingsverkeer, merk ik. Als ik mijn integriteit eer, dan lijkt het dat alle interacties en verbindingen met anderen, die niet integer voelen, wegvallen. Meer dan ooit besef ik nu hoeveel ik van mijn eigen integriteit te grabbel gooide om verbinding met anderen te kunnen vasthouden, hoe hard ik werkte — al dat emotioneel, hard labeur — om de ander in diens comfort te kunnen laten, omdat ik anders die verbindingen dreigde te verliezen, met op kop natuurlijk de verbinding met mijn primaire verzorgers als kind — daar waar het allemaal begon, alsook de voortzetting van generatie-lange patronen uit mijn familiesysteem.
Dat doet wat met een mens. Intense rouw. Diep verdriet. Ondraaglijke pijn met momenten. En amper een ziel om dit mee te delen, omdat het duidelijk te veel raakt aan de weggestopte pijn van anderen, en je die pijn wel enigszins moet kunnen dragen of omarmen voor je die van een ander kan toelaten. Resultaat: steeds meer isolatie en solitude — en wat ben ik dankbaar dat ik leerde met mezelf te leven en mezelf te geven wat ik nodig heb, zodat ik niet meer in die overlevingsstand via co-afhankelijkheid moet.
De weg, niet de bestemming
Toen Céline Dion vertelde over haar relatie met haar stem en haar muzikanten, voelde ik een diepe herkenning in mijn lijf. In mijn ziel. En tegelijk weer dat groot gemis.
Bij Céline is het haar fysieke lichaam dat haar ervan weerhoudt om verbinding te maken op de manier waar zij zo van houdt: via samen musiceren. Mijn lichaam houdt me niet tegen — ik kom simpelweg uit een leven en levenshouding die die verbinding niet toeliet en beweeg nu steeds meer naar een leven waarin en een levenshouding waarmee dat wél mogelijk is.
Ik herinner me nog hoe ik genoot van het proces van perfectioneren in muziek: een slordig, non-lineair proces dat veel meer gaat over de binnenkant van mensen, dan over de noten juist leren zingen of samen in de maat spelen. Het aanleren van de muziek is slechts het allerprille begin, net zoals het Human Design Systeem bestuderen en een chart leren lezen dat ook is.
Het is een middel om op die plek te komen waar een soort natuurlijkheid en uniekheid vanzelf ontstaat — moeiteloos. Een belichaming, doordat je met volle aandacht in het moment aanwezig bent met alles wat je hebt geleerd, in de ervaring van dat moment, en toelaat wat er van nature mag ontstaan. Er ontstaat dan een soort resonantie die groter is dan jezelf. Groter dan dit leven. Een verbinding met God zelf. En alles wat van daaruit door je heen mag stromen, in synergie met de ander.
Het gaat niet om de bestemming, het resultaat of het mentale proces, maar om de weg ernaartoe via het lichaam. De viscerale ervaring van het proces. En dat mis ik. In zowat al mijn relaties met mensen. En ook in musiceren met anderen. En in Human Design beleven met anderen.
Ik kom uit een wereld waarin diep gaan de norm was: de Kunsthumaniora, het conservatorium, het podium. Duizenden uren kropen in het perfectioneren van een muziekstuk, van een samenspel. Maar toch ontbrak er vaak één belangrijke factor: menselijke relaties. Oprechte verbinding. Synergie.
Ik leerde alles over muziek en samenspel op een instrumentaal en muzikaal-technisch hoog niveau, maar ik leerde niet hoe je je op een gezonde, diepgaande, integere manier verhoudt tot de ander. En zij leerden dat niet in verhouding tot mij. En daardoor leerde ik alles over muziekuitvoering, maar niet over muziek zelf. Ik leerde over muziek als resultaat, maar niet over lévende muziek, ge-co-creëerd in synergie met anderen. “Diep gaan” is niet per se hetzelfde als diepte. Vaak kunnen mensen diep gaan in het mentale proces, maar blijven ze in hun hoofd zitten en dus in oppervlakkigheid.
In Human Design merk ik net hetzelfde: bergen informatie over hoe het systeem werkt en hoe je ermee kan werken, waardoor je het gevoel hebt dat je alles over Human Design als systeem leert, maar eigenlijk leer je niets over Human Design zelf. Letterlijk: je leert niets over mens-zijn. Over leven. Over oprechte verbinding of “Communion”, zoals Ra dat noemde.
Daardoor voel ik al heel wat maanden een tekort aan integriteit in Human Design, in hoe het wordt doorgegeven, in hoe mensen zich tot elkaar verhouden via Human Design als gemeenschappelijke taal.
Maar elke keer wanneer mijn zenuwstelsel dit tekort aan integriteit onder woorden probeert te brengen, word ik vooral weggeduwd, gestonewalled, geghost, uitgelachen, belachelijk gemaakt, genegeerd, vermeden, aangevallen, gegaslight, geminimaliseerd, gebypassed, of verraden.
En zo was het ook toen ik me keer op keer kwetsbaar opstelde als muzikant en zangeres, en zelfs als vocal coach, wanneer ik kenbaar maakte dat ik het niet voelde, dat ik geen echte synergie ervoer, dat het niet oprecht was of het te oppervlakkig bleef.
Mensen leken het gewoon niet te begrijpen en verwachtten dan dat ik al het emotionele werk zou doen, zodat ik het tenminste zou ervaren voor mezelf, maar zelf gingen ze dan niet mee. Het was gewoon “mijn probleem”.
En zo brak ik keer op keer en internaliseerde ik het — als kind, als tiener, als jongvolwassene, en uiteindelijk ook als volwassene — niet beseffend dat ik mijn aandacht richtte op het enige wat ik niet kon veranderen: de ander.
Wat mijn lichaam altijd al wist
Vandaag sta ik er anders in.
Vandaag internaliseer ik dat niet langer, maar laat ik het bij de ander en ga ik de diepte in met mezelf, volg ik mijn integriteit, ook als me dat de verbinding met de ander kost. Want de belangrijkste relatie die ik heb, is die met mezelf.
Vandaag ruim ik op wat ik zoveel jaren voor “waar” heb aangenomen, terwijl mijn lichaam het al die tijd wist: het is niet waar.
Wat mijn lichaam en ik voelen, is echt. Het is wat er mist in deze samenleving en waar de meeste mensen diep naar verlangen, maar op de verkeerde plek zoeken: buiten zichzelf.
En dat deed ik ook. Ik was naïef. Mijn focus lag op de ander en ik had heel lang niet door dat het enige wat ik kan veranderen, mijn eigen houding is. Er was dus een opgeblazen huwelijk en een heleboel familieverraad nodig om me op die plek te krijgen waarop ik zou stoppen met mezelf verlaten in ruil voor wat broodkruimels van mensen die niet de capaciteit hebben voor echte verbinding. Althans niet op dit moment (misschien komen ze daar ooit wel, wie weet, maar dat is niet mijn verantwoordelijkheid).
Sinds ik dit besef is alles voor me aan het veranderen. En die verandering is nog steeds in volle gang, want ik sta nog maar aan het begin van dit bewustzijn en de belichaming ervan. Ik kruip eindelijk uit de Schaduw van Oordeel, nu voelbaar, in de Gave van Integriteit, uit de Schaduw van Oppervlakkigheid uit Schuld, en in de Gave van Zelfverzekerdheid door Vergeving. Een imperfect proces met veel vallen en opstaan, maar eentje dat ik zo bewust mogelijk beleef, met volle toewijding.
Ik voel de levende muziek weer ontwaken in mijn leven en ik zie mijn design steeds meer bevrijd in ongeremde expressie. Het enige wat nog ontbreekt is dit vanuit die diepte — niet in oppervlakkigheid — te kunnen delen met anderen, die dat ook daadwerkelijk kunnen ontvangen, met alles wat daarbij hoort. Niet op een transactionele manier, maar op een integere, relationele manier. Imperfect, met geduld en zachtaardigheid, maar écht. Die momenten ervaar ik nog steeds als heel erg zeldzaam.
Grenzen zonder schuldgevoel
Ik besef dat ik dat niet van de ander kan verwachten, maar dat ik het zelf moet doen, zelf het voortouw moet nemen. Het vraagt elke dag opnieuw bewustwording van mijn integriteit, als kompas, om te navigeren doorheen menselijke interacties en niet het oude patroon van oppervlakkigheid te veel ruimte laten innemen, waardoor ik allerlei emotionele arbeid ga doen om verbinding te houden. Wie me niet kan ontmoeten in die integriteit en transparantie, krijgt simpelweg minder van mijn ruimte, tijd en energie. Punt.
Vroeger zou ik me daar ongelooflijk schuldig en egoïstisch om hebben gevoeld, om zo’n grenzen te stellen. Ik voelde me verplicht om aan elk verzoek, elke interactie en elke piep van de ander, gehoor te geven. Dat kostte mij enorm veel energie. Het kostte me nagenoeg alles. Maar het voelde als mijn plicht, alsof ik onbewust een schuld aan het inlossen was om überhaupt maar “te mogen bestaan”.
Zo vonden mensen steeds opnieuw een ingang om zichzelf te reguleren via mijn veld, maar wanneer ik dan iets vroeg of nodig had, verdwenen ze met de noorderzon of werd ik opeens “te veel”, “te diep”, of “lastig”. Het werd met momenten ondraaglijk om hun onoprechtheid in mijn systeem te voelen en steeds opnieuw verhalen te gaan verzinnen om hen toch telkens weer het voordeel van de twijfel te kunnen geven. Ik bleef mezelf kleiner maken om de ander in diens comfort te laten, wat vaak leidde tot intense bitterheid die me van binnenuit opvrat en mijn zenuwstelsel danig onder druk en spanning zette.
Al van kleins af aan werd ik zo geconditioneerd en gemodelleerd. Ik internaliseerde de boodschap: “Je moet je bestaan verdienen.” En dat deed ik vooral door de ander te accommoderen en mijn eigen behoeften te minimaliseren of zelfs weg te cijferen. Met momenten deed ik allicht aan wat men parentificatie noemt: als kind veel meer verantwoordelijkheid nemen, die eigenlijk bij de volwassenen hoorde in mijn leven. Vooral als het om emotionele beschikbaarheid ging, wat ik dus zelf erg miste bij de volwassenen in mijn leven, werd ik zelf erg emotioneel beschikbaar in de plaats.
Rond mijn Terugkeer van Saturnus ontwikkelde ik daardoor een angststoornis. Ik stond helemaal afgestemd op het voortdurend scannen van andermans zenuwstelsel en reguleerde die onbewust. Dat kostte mij al mijn energie, waardoor ik niets overhield voor mezelf. De kleinste akkefietjes of situaties waarin ik controle dreigde te verliezen, ontaardden daardoor in een paniekaanval, tot ik in 2014 mijn huis niet meer uitdurfde. Ik was klaar met het leven.
Daarvan schrok ik zo erg dat dit het begin was van een grote en levensnoodzakelijke ommekeer, met een meta-cognitief psycholoog die mij oprecht herkende en uitnodigde om flinke stappen te zetten. Maar ook al leerde ik op recordtempo mijn angst te beheersen met zijn deskundige hulp, mijn levensomstandigheden zaten nog steeds in de weg: mijn omgeving, sociale kring, familiesysteem, huwelijk, etc. Al die relaties en leefconstructies waren immers gebouwd op zelfverraad, dus het duurde nog ettelijke jaren voor ik eindelijk klaar was om voldoende in mezelf verankerd te zijn, waardoor ik het onvermijdelijke zou kunnen dragen: de totale ineenstorting van dat leven en het vanaf de bodem opbouwen van een nieuw leven met gezonde relaties en begrenzing zonder schuldgevoel.
Dit is muziek. Dit is Human Design.
Dit bedoel ik dus.
Dit is muziek.
Dit is Human Design.
Sterven voor een leven dat écht is. Geen performance.
Niets is de moeite waard als je er niet voor durft te sterven.
En dan bedoel ik niet letterlijk sterven, maar alle ideeën en aannames die je hebt over iets, over jezelf, over de ander, over het leven, durven laten sterven.
Muziek ontstaat pas wanneer alles wat mentaal is, gestorven is.
Je ziet en voelt het letterlijk wanneer je opgaat in een muziekstuk, in het musiceren, in de muzikale synergie met de ander. Er is geen ruimte meer voor mentale bullsh*t, ruis, gedachten die niet volledig ten dienste staan van de ervaring van het moment. In zo’n moment is er enkel nog overgave aan iets groters dan jezelf dat door jou heen beweegt. Je houdt letterlijk op te bestaan. Dat is ware creativiteit. En creativiteit = Leven. En Leven = muziek.
Dit is het verslavende stuk waar Céline Dion over spreekt. Zij kent dit. En ik voel een diepe band met haar wanneer ze hierover spreekt, omdat ik precies wéét waarover ze het heeft. Sterker nog, het is niet een weten; het is een ervaring die ik zelf meermaals heb gehad. Het is de Extase (Ecstasy) waar Richard Rudd over spreekt.
Wederom: muziekstudie, Human Design, Gene Keys, etc. zijn niet de bestemming. De magie gebeurt in de ervaring van waar ze naar verwijzen. En ik val in herhaling, want podcast-episode na -episode, blog na blog, Instagram-post na -post heb ik hierover gedeeld. Mijn werk is hierop gebaseerd. Dit is het fundament. Dit was het al sinds het begin van mijn leven, doch onbegrepen en onverwelkomd, waardoor ik jarenlang de verbinding met mijn integritieit was kwijtgeraakt, uit misplaatste loyaliteit naar anderen.
Het kruispunt voorbij
Afgelopen jaar was een immens kruispunt voor mij, waarin ik voor de keuze werd gezet: ga ik mijn integriteit volgen of weer kiezen voor die loyaliteit? Nu voel ik dat ik het kruispunt voorbij ben en de weg is ingeslagen. Het is de Weg van Integriteit geworden en dat heeft behoorlijk wat consequenties. Een “grote kuis” van alles wat niet integer is in mijn leven en de ene test na de andere om te kijken of ik het wel écht meen. Eén groot rouw- en loslaatproces, waar ik soms het einde niet van lijk te kunnen zien, waardoor ik in groot vertrouwen, alsof ik geblinddoekt ben, stappen moet blijven zetten, vanuit de oefening van mildheid en geduld hebben met mezelf.
Ik ben hier niet voor het resultaat.
Ik ben hier niet voor het publiek.
Ik ben hier voor dat proces. Voor het delen vanuit de belichaamde ervaring van dat proces.
En dat is meteen ook mijn bijdrage en dienstbaarheid aan de wereld, voor wie het kan en wil ontvangen.
En dan bedoel ik niet “ontvangen” als in “oh ja, gaaf!”, zoals ik zo vaak krijg, maar als in: letterlijk in de ervaring gaan van dat proces, want mensen hebben veel woorden en ze betekenen vaak helemaal niets. Ik “ga” niet meer “aan” op mooie verhalen en straffe woorden. Ik “ga aan” op de moed om in de ervaring te stappen, het proces aan te gaan, met vallen en opstaan, vanuit integriteit en eerlijk durven zijn met jezelf, ook als het moeilijk wordt. En vanuit die plek delen: daar luister ik naar. Met volle aandacht. Ook als het diep menselijk is; ook als het messy en imperfect is.
Dat is voor mij muziek, zelfs al speel of zing je geen noot.
Dat is voor mij Human Design, zelfs al komt er geen chart aan te pas.
Dat is voor mij verbinding, zelfs al hebben we elkaar nog nooit ” in het echt” ontmoet.
Dat is ook de enige muziek die ik nog wil spelen en de enige Human Design die ik nog wil beoefenen en doorgeven.
Dat is het enige waar mijn energie, tijd en ruimte naartoe kan en mag gaan. Ik zit volop in mijn Saturnus Mahadasha en Saturnus houdt me streng bij de les, tevens als mijn zielsplaneet. Afwijken van dit pad, nu ik dit bewustzijn heb, heeft zware consequenties.
Dus, het is te nemen of te laten… en dat doe ik voortaan zonder schuldgevoel.
Het leven is immers al zo kort en ik wil het niet langer verspillen aan wat er niet toe doet.




0 reacties